Heerlijk om ook dit jaar weer naar de Chambres d’Hôtes La Tulipe Noire te kunnen vertrekken. Op zaterdag 20 augustus ‘scheep’ ik in met Siebe, Heleen, Yolande en Aaf, mijn dochter. Zij gaat voor het eerst mee. Ook is Bo, het hondje van Yolande van de partij net als vorig jaar.
Zo’n 800 kilometer voor de boeg, de bus vol ezels, kunstboeken, schilderspullen, bagage en mondvoorraad. De andere deelnemers aan de schilderweek komen met eigen vervoer. We zullen elkaar vanavond treffen bij het avondmaal.
Rond koffietijd stoppen we een eerste keer om de benen te strekken, een sanitaire stop voor mens en dier te plegen en ons inwendig een beetje te versterken.
De drie zaterdagen voor deze zaterdag waren extreem drukke ‘zwarte zaterdagen’ geweest en ik ben bang dat het de vierde op rij zal worden. Maar de reis verloopt voorspoedig. Bij een volgende stop tanken we en verzorgt Siebe mijn zicht.
We vorderen gestaag, Normandie kondigt zich aan middels de blauwe borden boven de weg.
Maar dan, helaas, bingo, toch file. De péage bij de reuzebruggen naar Normandië werken als een strakke fuik.
Zeker een half uur hebben we nodig om over de eerste brug te komen, al die tijd moet ik de hellingproef toepassen om niet naar achteren te rollen. Na zo’n 40 keer optrekken krijg ik een soort murwheid over me die niet bevorderlijk is voor mijn concentratie en de motor slaat af. Niets aan de hand, maar toch voelt het wat ongemakkelijk met dure campers achter je waar je niet tegenop wilt knallen en grote zeeschepen als luciferdoosjes zo klein in de diepte beneden ons.
Na deze zweterige sessie is doorkarren geblazen en rond half zeven zijn we bij Peter die ons in zijn armen sluit.
Niet iedereen kan tegelijk aanschuiven aan tafel want Lea die met haar dochter Ronnie komt heeft op 25 kilometer van de eindbestemming autopech gekregen. Ze moeten wachten op een sleper die hen naar een garage kan brengen. Dat duurt een flinke tijd. Daarna moet er een taxi via de SOS-dienst komen om ze op te halen en met hun bagage naar ons te brengen. Na een uur wachten op die taxi belt ze ons op; het is inmiddels donker, de garagist is allang naar huis en ze staan moederziel alleen op een industrieterrein.
We besluiten niet nog langer het lot te tarten, die taxi zien we niet meer komen. Dus Siebe en ik stappen opnieuw in de bus en op aanwijzingen van Peter rijden we in het pikkedonker terug. Gelukkig ben ik hier niet voor het eerst, want alle weggetjes op het platteland lijken op elkaar, maar ik kan me nu genoeg oriënteren om de grote weg zonder kleerscheuren te vinden.
Behoorlijk opgelucht voel ik me als ik Lea en Ronnie op de afgesproken plek vind. We laden snel de bagage in de bus en rijden weer terug naar La Tulipe Noire, ons ondertussen verbazend over de knurfterigheid van de SOS-dienst dan wel taxi om twee vrouwen in de middle of nowhere aan hun lot over te laten.
Als we een half uurtje later door de het hek binnenrijden, staat er heerlijk eten voor Lea en Ronnie klaar.

Prachtig boeket uit de tuin van La Tulipe Noire bij het eerste avondmaal, Atelier Liesbeth van Keulen








Met weemoed denk ik terug aan onze schildervakantie, vorig jaar, in La Tulipe Noire. Mijn man en ik hebben genoten in de eerste plaats van het schilderen maar ook van de verzorging, het eten en het huis in een prachtige omgeving.
Mevrouw van Keulen.
Is er nog een plaats voor een weekje schilderen in La Tulipe Noire. Mijn vrouw schildert niet, maar wil wel graag mee.
Met vriendelijke groet,
Leo Odekerken