Terwijl we nog onwetend zijn van het miserabele weer in Nederland genieten we de eerste dag onbekommerd als goden en godinnen in Frankrijk
De eerste dag doen we rustig aan; we gaan niet meteen slepen naar exclusieve locaties met al onze schilderspullen. We blijven op loopafstand van onze Tulipe Noire.
Aaf zit nog tjokvol adrenaline van de reis en alle nieuwe indrukken en doet vol overgave mee. Ik vind haar aan de rand van een kleine wei, schetsboek op schoot.
Het is voor het eerst dat we zo laat in het jaar hier zijn. Nog nooit eerder heb ik hier bessen en paddenstoelen gezien, de appels voor de Calvados nog nooit zo rood.
Een enkel bloempje heeft zich deze zomer tussen de tegels weten te nestelen, niemand heeft het vertrapt, zo dapper ziet het er uit tussen al die strakke grinttegels.
We lunchen buiten met een bordje vol salade, quiches en een glaasje wijn voor de liefhebbers.
‘s Middags richten Siebe en ik de tentoonstelling in van de meegebrachte werken in het eeuwenoude kerkje van Saint Léger. Omdat de tentoonstellingspanelen van een plaatselijk comité niet meer beschikbaar zijn, heb ik al mijn grote ezels vanuit Amsterdam meegenomen. Met ingenieus knutselwerk toveren we ze om tot tentoonstellingspanelen.
Aan het eind van de dag is het klaar. We dineren binnen omdat de avondlucht wat fris is en er ook veel wespen zijn. Vanaf de schoorsteenschouw worden we in de gaten gehouden door een heel bijzonder reliëf.

Neptunus, Jezus of Medea met baard. Intrigerend schoorsteenstuk in de huiskamer van La Tulipe Noire, Atelier Liesbeth van Keulen








