Televisie

STERREN OP HET DOEK 2007

In de maanden juli en augustus 2007 werd bij omroep Max het tv-programma Sterren op het Doek uitgezonden. Twee andere schilders en ik maakten ieder een portret van Marco Borsato. Bij de onthulling van de drie portretten mocht Marco Borsato er één kiezen om te houden. De twee andere portretten werden in oktober geveild voor een goed doel. Deze portretten en die van alle andere afleveringen van het programma in 2007 waren daarna tentoongesteld in drie Nederlandse musea; in het Noord-Brabants museum, in Museum Jan van der Togt en in Museum Kröller Müller.

Hieronder mijn verslag zoals dat in het tijdschrift Palet verscheen.

Marco Borsato portret Liesbeth van Keulen

Artikel uit Palet mei 2007

ONTHULD

In mijn nieuwe rode jurk kom ik aan bij het FOAM, portret van Marco Borsato onder de arm. Ook de andere portretschilders Dennis Menard en Jan Asselbergs zijn met hun portret gearriveerd. In de tuinzaal zetten we de portretten op de gereedstaande ezels. We kijken nieuwsgierig wat de ander er van gemaakt heeft. Ik voel verbazing en bewondering. Dennis’ werkstuk is een beetje karikaturaal; Marco met een fel gele halo in een ingetogen, verlegen pose. Ook het schilderij van Jan is stralend maar op een andere manier; hij heeft heel realistisch de glans van de huid weergegeven en het portret borrelt van leven. Opeens vind ik mijn eigen schilderij wel erg ingetogen. Op mijn atelier was Marco erg aanwezig, maar tussen die twee andere portretten lijkt het zich terug te trekken. We feliciteren elkaar met de geleverde prestaties. De lappen gaan over de doeken heen want als Marco straks komt mag hij nog niets zien.

We gaan de visagie in, Hanneke Groenteman ziet er stralend uit. De onthulling moeten we oefenen. Vanwege de camera’s mogen we niet zomaar wat rondhuppelen, want dan ben je plots uit beeld of je staat pontificaal voor de persoon om wie het gaat. De onthulling mag niet overgedaan worden. De reacties van Marco, Hanneke en de schilders moeten authentiek zijn. Waar we voor de rest van het programma nog wel eens ‘spontaan’ drie keer hetzelfde antwoord op een vraag moeten geven, kan dat nu beslist niet. Terecht willen de programmamakers dat de emoties van Marco bij het zien van de portretten echt zijn. Daar draait het programma voor een deel om. En evenzo om onze gevoelens als je schilderij wel of niet verkozen wordt door Marco. Dus om alles opnametechnisch vlekkeloos te laten verlopen oefenen we met Hanneke en een stand-in voor Marco onze posities en looprichtingen met de camera’s. De stand-in, één van de geluidsmannen, speelt zijn rol als Marco met verve. Zal de echte Marco over een halfuurtje net zo enthousiast zijn?

Als een wervelwind komt Marco binnen en vlot daarna is de onthulling. We gaan naast ons eigen werk staan, het blauwe doek er nog over gedrapeerd. Hanneke begint bij mij en ik kijk strak naar Marco’s gezicht als het doek naar achteren wordt geworpen. Hij vindt het mooi, schat ik in. Bij Dennis lijkt hij vooral verrast door het eigenzinnige karakter van het portret. Als Jan’s portret wordt onthuld dan is Marco heel enthousiast. Hij loopt er naar toe en roept:” Dat ben ik!” Zijn keuze zal hij pas over een half uur bekend maken, maar mij lijkt de race gelopen; hij zal vast kiezen voor het warme, levendige portret van Jan. Of niet? Wij, de kunstenaars, moeten ons terugtrekken om Marco de gelegenheid te geven om in rust te kiezen. In die tussentijd worden we door Hanneke geïnterviewd. We staan in het trappenhuis van het museum en de bezoekers wandelen gewoon rond. Als een erg robuuste bezoeker het parket onophoudelijk laat kraken en een peuter zeer dwingend om zijn fles kraait, moeten we onze antwoorden een paar keer overdoen. Dat gaat steeds moeilijker want we worden nu echt nerveuzer.

We gaan terug naar de tuinzaal en posteren ons weer naast onze eigen portretten. Marco merkt op dat als hij de eerste ‘verliezer’ heeft genoemd en zich tot de tweede wendt, dat het dan meteen duidelijk is wiens portret hij zal kiezen om mee naar huis te nemen.

Hij begint bij Dennis. Dat verbaast me niet want zijn stijl is comic-achtig en heel eigen. Marco had al aangegeven van oude kunst te houden en dat is dit niet. Hij looft de krachtige superman-uitstraling van het werk.
“Daar zou ik best wel wat meer van willen hebben in het echte leven!”
En nu? Kiest hij het werk van Jan of van mij? Zijn lichaam is naar mij toe gedraaid. Jammer… Heb ik een oneliner paraat om mijn verlies manmoedig te nemen? Ik weet niets te verzinnen… Dan draait hij zich om en loopt naar Jan. Ik kan het niet geloven dat hij mijn werk gaat kiezen. Marco vertelt wat hij aantrekkelijk vindt aan het werk van Jan; emotie en levendigheid. Ik kan het beamen, mooi.
Dan draait Marco zich naar mij toe:
“En toch kies ik voor het werk van Liesbeth”. Blijdschap bruist op, ik zuig zijn woorden op. “Het portret is een beetje afstandelijk (!), maar ik vind het heel mooi geschilderd.” Hij loopt naar het gezicht en noemt het ‘Old School’ en ‘smooth’. Bovendien vindt hij het aantrekkelijk dat ik meer geschilderd heb dan alleen zijn hoofd en schouders. “Er zit van alles in, ook mijn geschiedenis,” Ik heb een doorkijkje door het raam van de Kaasmarkt geschilderd, waarin je zijn ouderlijk huis langs een grachtje ziet. “En er zit ook een belangrijke gebeurtenis uit mijn verleden in”. Hij wijst naar de trouwring aan zijn geschilderde handen. “Bovendien vind ik dit leuk.” Hij wijst naar de zon-vormige bolle spiegel die ik in de linkerhoek op de achtergrond heb geschilderd. Je ziet in het spiegeltje Marco op de rug en mij, terwijl ik hem schilder. De spiegel hangt op mijn atelier en heb ik na de poseersessie met Marco in Alkmaar later toegevoegd aan het schilderij. Het is een knipoogje naar het portret van Jan van Eyck van Giovanni Arnolfini en zijn vrouw, waarin een vergelijkbaar spiegeltje Jan van Eyck aan het werk onthult. Ik krijg zoenen van Marco en van mijn medeschilders. We heffen het glas. Daarna volgen nog wat fotosessies en een kort interview met Shownieuws. Het team van Shownieuws mag nog absoluut niet weten wie Marco heeft gekozen omdat ‘onze’ uitzending pas 11 juli is. Het valt nog niet mee om niet mijn mond voorbij te praten.

Marco zwaait en is plots vertrokken naar een volgende verplichting en ook wij zijn hier klaar.

Ik loop in mijn vlammende kleding naar mijn atelier dat bij het museum om de hoek ligt. Alles is voorbij en stil. Ik bel DJ. Later spreek ik nog wat met familieleden en vrienden. ’s Avonds ben ik zo moe dat ik geen puf meer heb om uit eten te gaan. Wat me rest is de blijdschap dat Marco gevoelig was voor wat ik in het schilderij heb gestopt; al mijn vakmanschap en gevoel om zijn sympathieke persoonlijkheid en aantrekkelijke verschijning zo goed mogelijk te verbeelden.

Het ontstaansproces van mijn portret van Marco Borsato

Wie ik ga schilderen weet ik niet. Net als voor alle andere portretschilders die zijn gevraagd om een portret voor Sterren op het Doek te maken, blijft het model een verrassing totdat we op de set van de eerste opnamedag zijn. In mijn omgeving hebben we dus wat afgespeculeerd over wie het zou kunnen zijn, al helemaal omdat ik al bijna twintig jaar zonder televisie door het leven ga; ik was doodsbenauwd een beroemdheid voor het hoofd te stoten door deze persoon echt totaal niet te kennen. Op een gegeven moment wist ik wel dat de eerste opnamedag in Het Hollands Kaasmuseum te Alkmaar zou zijn. Wat meer van-deze-wereld-zijnde mensen uit mijn omgeving riepen gelijk: “Dan wordt het vast Marco Borsato!” Zou het? Die kende ik gelukkig wel en het leek me een leuke man. Sympathie voelen voor de persoon die ik ga schilderen helpt mij om me helemaal over te geven aan het werkproces.

Werkvoorbereiding

Wij, de schilders, krijgen van het productieteam te horen dat het op de poseerdag “hollen of stilstaan” zal zijn. Omdat ik niet weet wie het zal zijn is één van de moeilijkheden vooraf dat ik niet weet met welke kleur ik het doek moet gronden. In een normale situatie heb ik een gesprek vooraf met de te portretteren persoon. Ik kijk naar zijn of haar ‘kleurgamma’, vraag hoe hij of zij zichzelf ziet of wil zien (!) en van welke sfeer en kleuren hij, zij houdt. Kinderen observeer ik terwijl ze in mijn atelier spelen en ik laat de ouders of grootouders vertellen. Mijn plan voor het schilderij rijpt intuïtief, meestal op de fiets. In mijn hoofd plaats ik de persoon in allerlei poses en kleuren en ik wacht totdat er iets in mij zegt:’Ja, dat is het precies’. Overigens kan het plan gaandeweg het schilderproces nog drastisch veranderen. Dat is leuk en spannend. Schilderen, portretschilderen, is een dynamisch proces waar je honderd procent alert voor moet zijn; je moet open blijven staan voor nieuwe ingevingen die mogelijk tot betere oplossingen kunnen leiden.

Ik geef het kant en klare universeel geprepareerde doek van 80 bij 100 centimeter een onderlaag van gebrande sienna in acryl. Het is een warme kleur en dat is eigenlijk altijd goed. Omdat gebrande sienna een transparante kleur is blijf je de strepen van de brede spalter (platte kwast) zien. Prima, te strak kan bloedeloos worden.

Het model

En dan is het wachten op de mystery-guest. En jawel, goed voorzien, het is ’s lands sympathiekste zanger Marco Borsato! Hij geniet van deze grappige setting en de schilders gaan als een speer aan de slag. Ik moet spijkers met koppen slaan. Want alhoewel we officieel een kleine dag hebben om aan de opzet te werken, voorzie ik dat het wel eens heel veel minder zal kunnen zijn. Dus ik zet me over mijn verlegenheid heen en vraag hem op de man af, zonder gezellige inleidende babbels, wat zijn lievelingskleur is en van welke sfeer hij houdt. “Je zou denken dat rood mijn lievelingskleur is, vanwege ‘Symphonica in rosso’,” (naam van zijn laatste serie zeer grote concerten, LvK), “maar ik hou eigenlijk meer van lichtblauw.” Onthouden! Hij heeft een lichtblauw overhemd aan, daar moet ik iets mee doen. “En water is iets waar ik me heel goed bij voel, als ik bij en in het water ben, kan ik me volledig ontspannen”. Heel goed, dat klopt ook met dat lichtblauw, qua sfeer.

Opzetten

Jan Asselbergs, één van de andere twee schilders is al als een bezetene aan het mengen en schilderen. Hij werkt volgens ‘het Spaans palet’ in de traditie van de Venetiaanse schilders en Frans Hals. Heel vlot en direct, erg knap. Ik ben zelf meer een zoeker en een knutselaar. Dennis Menard, de andere schilder, moet rustig kunnen schetsen op zijn doek. Hij vindt dat niet meevallen met een camera in je nek. Ik maak een schets van de vorm van zijn hoofd met houtskool op schetspapier, het lijkt nog helemaal nergens op. Dan zie ik opeens hoe hij zit, heel geaard, stevig, zeer alert en aanwezig. Ook wat er om hem heen te zien is, valt me nu op: een prachtige zaal van het Hollands Kaasmuseum met rood-velouren gordijnen en Vermeer-achtige ramen. Alkmaar, de stad van zijn jeugd, is heel belangrijk voor Marco, dus ik moet deze karakteristieke ramen die je vanaf de Kaasmarkt kan zien, gebruiken. De gordijnen vat ik op als symbolen van het toneel, de lucht door de ramen is het lichtblauw dat ik erin wil hebben. Ik verneem later op de middag van één van de cameramannen dat ze gefilmd hebben bij zijn geboortehuis in de Peperstraat. Iets mee doen! Ja, dat huis ga ik laten zien door het raam van het museum. In het echt kan dat nèt niet, maar de verbeelding is vrij. Aan het eind van de dag zal ik daar foto’s maken.

Mijn plan is gerijpt en ik zoek naar de juiste compositie. Zijn handen vind ik aantrekkelijk, sensueel. Hoe iemand zijn handen houdt vertelt ook iets over de persoon, dus die handen moeten erop.

Mijn summiere schets is klaar en ik probeer zo goed mogelijk te kadreren. In de compositie moet er blikruimte zijn, het moet niet te symmetrisch zijn, dat is saai.

Hanneke Groenteman interviewt Marco en ons onder het schilderen. Marco blijkt een heel uitgebalanceerde persoon die buitengewoon goed kan vertellen wat belangrijk voor hem is in het leven. Ook op deze manier krijgen de schilders informatie die we kunnen gebruiken voor het schilderij. Ze vraagt aan mij een trefwoord om hem te omschrijven. Voor mij is dat ‘helder’. Ik zal steeds tijdens het werken aan het schilderij dat sleutelwoord gebruiken om te toetsen of ik wel bij mijn hoofdintentie blijf.

Ik schets mijn compositie op het doek. Zijn hoofd staat er nog niet op. We mogen wel foto’s maken omdat de bekende Nederlanders die in de serie meedoen niet op onze ateliers komen poseren. Ik fotografeer totdat ik een paar foto’s heb waarvan ik zeker weet dat ik er mee uit de voeten kan. De rest van de tijd gebruik ik om grote kleurvlakken in de compositie aan te geven. Het is geen klein doek, 80 x 100 centimeter, dus dat is een klus. In deze fase gaat alles in acrylverf omdat het tempo bij deze opdracht heel hoog ligt. De eerste opnamedag is voorbij en we nemen hartelijk afscheid van Marco die we pas bij de onthulling krap twee weken verder weer zullen zien.

Dennis en ik rijden met de schilderijen op de achterbank terug naar Amsterdam. Jan keert terug naar Noord-Brabant. We kletsen gezellig na en proberen de spanning van de dag achter ons te laten. Nu verder! En zonder dat Marco nog een keer voor ons zal poseren.

Op mijn atelier

Marco’s gezicht moet nu meer gestalte krijgen. Tijdens de sessie keek Marco naar rechts, naar Jan die hem frontaal schilderde. Ik vond zijn houding ook vanuit mij gezien wel mooi. Maar in mijn atelier zie ik dat het te indirekt is, Marco moet de beschouwer aankijken. De toegankelijkheid van zijn persoonlijkheid moet benadrukt worden. Na wat gezoek heb ik een goede ondertekening in houtskool en grafiet. Ik ga aan het doodverven. Dat wil zeggen dat ik de schaduwpartijen in de huid groen maak (sapgroen) en de lichte partijen meestal een licht napelsgeel. Ik gebruik ook nu weer acrylverf. De acrylverf laat niet toe om echt een heel gladde huid te schilderen. Maar dat is niet erg. Wat er straks van deze doodverf-laag zal doorschemeren in de huid is precies goed om de huid leven te geven. Een huid bouw ik graag op in een aantal lagen, waarvan de laatste gedeeltelijk transparant is. Na deze groene, doodse laag werk ik verder alles door in olieverf met Liquin. Alles is dan binnen een dag handdroog. Op die manier kan ik elke dag en avond doorwerken zonder eerdere lagen door elkaar te smeren. Meestal laat Liquin de verf ook redelijk gelijkmatig qua glans opdrogen. Dat is prettig, want doffe, ingeschoten plekken zijn een gesel voor de schilder.

Werkplanning

Nu moet ik goed nadenken alle onderdelen in de goede volgorde te schilderen. Bovendien wil ik het liefst ook met mijn hand kunnen rusten op het werk als ik erg precies werk. Dus ik moet ook van links naar rechts werken. Het liefst zou ik het eerst zijn gezicht uitwerken, want ik ben bang dat als ik de gelijkenis niet goed krijg dat ik geen tijd meer heb om het over te doen. En dan zien een heleboel mensen mijn gebroddel. Mijn eer te na natuurlijk. En toch moet eerst het raam gedaan worden omdat het achter zijn hoofd ligt en zijn krullen er transparant, met tegenlicht (moeilijk) over heen liggen. De linkersponning komt recht uit zijn hoofd omhoog. Niet goed, dat blijft er vreemd uitzien. Ik kijk naar mijn foto’s en bestudeer Vermeer die veel van dit ruitjes heeft geschilderd. Ik teken een nieuw raam en daarin schets ik met heel fijne houtskool het grachtje met het huis in de Peperstraat. Aangezien ik geen foto kon nemen vanuit een goede hoek en met het juiste licht moet ik het perspectief en de lichtval zelf verzinnen. Het linkergordijn mag ook niet uit zijn hoofd groeien en laat ik opzij plooien. Een knipoog naar Vermeer.

Eerste doorwerking

Een balk in de muur achter Marco in het museum schilder ik weg. Dat maakt het beeld rustiger en leidt de aandacht meer naar zijn gezicht en het uitzicht door het raam. Zijn handen schets ik grofweg. Tijdens het poseren hield hij zijn vingers in allerlei fraaie poses in elkaar gestrengeld, maar nu ik het schets ziet het er gekunsteld en te nadrukkelijk uit. Ook hier moet het eenvoudiger. Gelukkig heb ik een foto waar zijn handen heel harmonieus opstaan. De zitting van de stoel die ik al in het museum een beetje in verf geschetst had, hobbelt alle kanten op. Hups, met de liniaal en houtskool een strakke lijn erover. Later zal ik besluiten de zitting schuiner te zetten ten opzichte van de onderkant van het schilderij. Als deze teveel parallel lopen wordt het te stijf. De compositie is al heel rustig, maar ze mag niet slaapverwekkend worden. Marco’s voorkeurskleur indachtig maak ik een deel van de achtermuur lichtblauw.

Doorwerking

Het doorkijkje is vrij vlot klaar en naar mijn zin. Nu volgen de vloer en de muren. De huid schilder ik met realistische huidtinten over. Aan zijn haar doe ik nog helemaal niets. Het blijft verbazingwekkend hoe moeilijk het is om iemand te herkennen die geen kapsel meer heeft. In deze fase komt Hanneke Groenteman met de filmcrew polshoogte nemen op mijn atelier hoe het gaat met de vorderingen. Gelukkig vinden ze hem al goed lijken. Ik zie dat er nog vreselijk veel aan het schilderij moet gebeuren en ik heb nog vier dagen om het af te krijgen. Dan kan het precies nog een dag drogen om handdroog te zijn.

Ik maak in een tweede olieverf-laag zijn huid minder olijfkleurig. Minder okerig, meer roden en zinkwit dat mooi transparant werkt. Nu zijn huid de goede kleur heeft kan ik ook goed zien welke kleur de omgeving moet hebben. Het was erg kleurig; een paarse muur, een oranje vloer, een blauwe nis. En het is niet goed! Veel te druk, te onharmonieus. Ik vind Marco een uitbundige man, maar ik kies er toch voor om hem rustig en alert af te beelden. Hij vertelde in een van de interviews met Hanneke terwijl hij poseerde, dat hij het heel moeilijk heeft gehad een paar jaar geleden. Ik wilde dit ook laten zien door het schilderij niet te uitbundig te maken. Bovendien zie ik nu dat ik het accent wil leggen op zijn gezicht, zijn handen en het doorzichtje. Weg met al die kleuren! Ook alle symbolen die ik er in had willen stoppen, sneuvelen. Het leidt allemaal af. Marco is interessant genoeg van zichzelf om naar te kijken. Echter de bolle spiegel op de achtergrond blijft. Een verwijzing naar Jan van Eyck wiens werk ik mateloos bewonder. Bovendien zie je mij met Marco samen in de spiegel; de schilder en haar model.

Afwerking

Het blijft een heel gepuzzel en ik ben alweer niet tevreden over de kleurbalans van het geheel. Het is nu weer tè rustig. Ik vermoed dat het met zijn kleding te maken heeft. Op een van de laatste avonden besluit ik het jasje niet grijs maar diep, diep groen te maken. Ik glaceer het met sapgroen. Veel beter. Het overhemd licht nu door het donkere contrast mooi op. De spijkerbroek werk ik beperkt uit; ultramarijn en wit schraal aangebracht met een zeer vlakgehouden varkensharen kwast. De gebrande sienna grondkleur schemert er nog een heel klein beetje doorheen. Net als bij een huid moet je denim niet te dekkend schilderen want dan gaat het op klei lijken. In de donkere partijen van de broek gebruik ik Pruisisch blauw. Zijn ogen zijn magisch om te doen. Hij heeft prachtige groen-bruine ogen. De bouw van de oogleden en de kassen is typisch Italiaans (en ik kan het weten). Alsof touwtjes de buitenste ooghoeken bij het lachen nog amandelvormiger trekken. Heel aantrekkelijk en expressief. Ik beloof mezelf dat ik de glimmertjes in de ogen mag zetten als ik zijn haar heb gedaan. Het tegenlicht maakt dat de haren aan de achterzijde van zijn hoofd oplichten. Maar daar waar het licht van het raam direct rond zijn haar te zien is, zijn de haren ook weer juist donker door het tegenlicht. Bovendien zit er dan ook een rode gloed in. Ik werk van achteren naar voren met oude varkensharen kwasten waarvan de haren lekker wijd uit elkaar staan. Op sommige plekken is het zeer donker, bijna zwart. Nu komt het eropaan om de juiste beweging van zijn krullen in een keer goed te doen. Als een krul staat, ga ik met dezelfde beweging méé, glans zetten in de natte donkere verf.

Ik ben tevreden en als toetje mogen nu de glimmertjes in de ogen. Die moeten niet knalwit zijn. Ogen spiegelen lichte objecten uit de omgeving en hebben ook de kleur van die objecten. Tijdens het poseren waren overal televisielampen. Zeer ongelukkig licht voor de portretschilder. En die bakken zie ik in zijn ogen terug. Ik maak de glimmers bescheidener en zachtblauw.

Volgens planning is het schilderij klaar. Ik ben zeer tevreden, maar ik voel pijn dat ik het twee dagen daarna moet afstaan. Ik signeer.

Liesbeth van Keulen, 11 juli 2007

+ Foto’s waar ik op sta zijn gemaakt door Nathalie Thielen +

Links

Lieslog: Archief mei, Archief juni, Archief juli

Verslag met foto’s op de website van Marco Borsato

Verslag met foto’s van Nathalie Thielen van de poseersessie in Alkmaar op de blogsite van Marco Borsato

De websites van de collega-schilders Jan Asselbergs en Dennis Menard

Website ontwerp en bouw: Haicu webdesign